donderdag 17 december 2015

Ziektekostenverzekeringen - een falend systeem

In Nederland hebben we besloten dat iedereen moet kiezen voor een van de aangeboden basis-ziektekostenverzekeringen. Men kan alleen per ingang van het nieuwe jaar van verzekeraar wisselen.

De ziektekostenverzekeringen komen in twee soorten: naturapolis en restitutiepolis. Bij een naturapolis is de premie lager maar moet de verzekerde zich voor niet spoedeisend ziekenhuisbezoek wenden tot een door de verzekeraar gecontracteerd ziekenhuis. Bij een restitutiepolis kan de verzekerde zich voor niet spoedeisende hulp wenden tot elk erkend ziekenhuis in Nederland. (Voor spoedeisende hulp kan elke verzekerde terecht bij elk Nederlands ziekenhuis dat spoedeisende hulp biedt.)

Wie een naturapolis heeft en zich voor niet spoedeisende hulp tot het verkeerde ziekenhuis wendt moet (een deel van de) kosten zelf betalen. Elke inwoner van Nederland moet minimaal een basis-ziektekostenverzekering afsluiten. De medische behandelingen die binnen de basis-ziektekostenverzekering vallen worden vastgesteld door de staat; deze zijn (in principe) voor alle verzekeringsmaatschappijen gelijk. De verschillen in tarief hangen samen met de gekozen verzekeraar, het (door de verzekerde) gekozen eigen risico en de leeftijd van de verzekerde.

Één van de beginselen van elke normale overeenkomst (een verzekeringspolis is een overeenkomst) is dat de rechten en plichten van de partijen aan beide partijen bekend zijn op het moment dat de overeenkomst wordt gesloten. Wie een naturapolis overweegt moet weten bij welke ziekenhuizen hij terecht kan voor niet spoedeisende hulp. Om dat mogelijk te maken moeten de verzekeraars en de ziekenhuizen uiterlijk 18 november de afspraken hebben gemaakt. Dit jaar is daar opmerkelijk weinig van terecht gekomen.

Het Martini ziekenhuis Groningen en verzekeraar VGZ zijn er op 11 december 2015 nog steeds niet uit (http://www.dichtbij.nl/groningen/regionaal-nieuws/artikel/4207059/martini-ziekenhuis-en-vgz-komen-er-niet-uit.aspx). De onderhandelingen zijn vastgelopen en dit ziekenhuis waarschuwt de 25000 VGZ verzekerden onder haar klanten dat ze serieus moeten overwegen een andere maatschappij te kiezen omdat ze anders misschien ver moeten reizen voor niet spoedeisende ziekenhuis zorg. VGZ heeft met 49% van de ziekenhuizen nog geen afspraken. De grotere ziektekostenverzekeraars (Menzis en Achmea) hebben die wel; dus je zou zeggen dat VGZ de grootste schuld aan het probleem heeft.

Maar misschien is het toch niet zo simpel. Met afgeronde afspraken met de grootste verzekeraars op zak kan een ziekenhuis namelijk hoog spel spelen met de kleintjes.

Is het Nederlandse systeem wel houdbaar?

De in Nederland active zorgverzekeraars bieden voor 2016 meer dan 2000 verschillende verzekeringen aan. Nog meer dan de ruim 1000 waar we voor 2015 uit moesten kiezen. Als het ze lukt om zoveel verschillende polissen te verzinnen, maar niet om de deadline van 18 november te halen, dan liggen de prioriteiten verkeerd. De deadline voor de verzekerden om voor het einde van het jaar de nieuwe verzekering te kiezen is namelijk wel keihard. Nu zijn de mensen die zich moeten verzekeren de klos.

Zolang de verzekeraars niet alle afspraken met de ziekenhuizen hebben afgerond zijn de polisvoorwaarden feitelijk onvergelijkbaar en kunnen we niet goed kiezen. Ik verwacht dat sommige verzekerden in 2016 (desnoods met een gang naar de rechter) vergoedingen gaan afdwingen voor niet spoedeisende hulp waarvan ze in de keuzeperiode (18 november tot 31 december 2015) niet konden weten of het verzekerd zou zijn. Verzekeraars die polissen verkopen met ondoorzichtige voorwaarden lopen in ons land grote risico's.

Een systeem dat meer dan 2000 verschillende verzekeringen oplevert is duidelijk defect. Met zoveel keus kan een normaal mens niet meer kiezen. En de consequenties van de keuze kunnen groot zijn. De verzekeringsmaatschappijen en de ziekenhuizen hebben lang genoeg spelletjes gespeeld; misschien moet het nu maar eens afgelopen zijn.

Hoe lossen we het echt op?

Ik denk dat de basisverzekering een collectieve verzekering moet worden (zoals WAO, AOW). De markt van de commerciële verzekeraars wordt dan beperkt tot aanvullende pakketten.

Bij deze aanpak stelt de Nederlandse staat de tarieven vast voor de behandelingen die in de basisverzekering zitten. De premies voor de collectieve verzekering worden via het belastingsstelsel geïncasseerd. Ziekenhuizen en verzekeraars moeten dan nog steeds onderhandelen, maar alleen over zaken die onder de aanvullende verzekeringen vallen. Dat zijn (relatieve) kleinigheden. Bijkomstig: de looptijd van die aanvullende verzekeringen hoeft niet samen te vallen met kalenderjaren.

In zo'n collectieve verzekering zou een (flink) eigen risico kunnen zitten. Ik zou het geen probleem vinden als je dat bij een commerciële verzekeraar geheel of gedeeltelijk kunt bijverzekeren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen