donderdag 17 december 2015

Ziektekostenverzekeringen - een falend systeem

In Nederland hebben we besloten dat iedereen moet kiezen voor een van de aangeboden basis-ziektekostenverzekeringen. Men kan alleen per ingang van het nieuwe jaar van verzekeraar wisselen.

De ziektekostenverzekeringen komen in twee soorten: naturapolis en restitutiepolis. Bij een naturapolis is de premie lager maar moet de verzekerde zich voor niet spoedeisend ziekenhuisbezoek wenden tot een door de verzekeraar gecontracteerd ziekenhuis. Bij een restitutiepolis kan de verzekerde zich voor niet spoedeisende hulp wenden tot elk erkend ziekenhuis in Nederland. (Voor spoedeisende hulp kan elke verzekerde terecht bij elk Nederlands ziekenhuis dat spoedeisende hulp biedt.)

Wie een naturapolis heeft en zich voor niet spoedeisende hulp tot het verkeerde ziekenhuis wendt moet (een deel van de) kosten zelf betalen. Elke inwoner van Nederland moet minimaal een basis-ziektekostenverzekering afsluiten. De medische behandelingen die binnen de basis-ziektekostenverzekering vallen worden vastgesteld door de staat; deze zijn (in principe) voor alle verzekeringsmaatschappijen gelijk. De verschillen in tarief hangen samen met de gekozen verzekeraar, het (door de verzekerde) gekozen eigen risico en de leeftijd van de verzekerde.

Één van de beginselen van elke normale overeenkomst (een verzekeringspolis is een overeenkomst) is dat de rechten en plichten van de partijen aan beide partijen bekend zijn op het moment dat de overeenkomst wordt gesloten. Wie een naturapolis overweegt moet weten bij welke ziekenhuizen hij terecht kan voor niet spoedeisende hulp. Om dat mogelijk te maken moeten de verzekeraars en de ziekenhuizen uiterlijk 18 november de afspraken hebben gemaakt. Dit jaar is daar opmerkelijk weinig van terecht gekomen.

Het Martini ziekenhuis Groningen en verzekeraar VGZ zijn er op 11 december 2015 nog steeds niet uit (http://www.dichtbij.nl/groningen/regionaal-nieuws/artikel/4207059/martini-ziekenhuis-en-vgz-komen-er-niet-uit.aspx). De onderhandelingen zijn vastgelopen en dit ziekenhuis waarschuwt de 25000 VGZ verzekerden onder haar klanten dat ze serieus moeten overwegen een andere maatschappij te kiezen omdat ze anders misschien ver moeten reizen voor niet spoedeisende ziekenhuis zorg. VGZ heeft met 49% van de ziekenhuizen nog geen afspraken. De grotere ziektekostenverzekeraars (Menzis en Achmea) hebben die wel; dus je zou zeggen dat VGZ de grootste schuld aan het probleem heeft.

Maar misschien is het toch niet zo simpel. Met afgeronde afspraken met de grootste verzekeraars op zak kan een ziekenhuis namelijk hoog spel spelen met de kleintjes.

Is het Nederlandse systeem wel houdbaar?

De in Nederland active zorgverzekeraars bieden voor 2016 meer dan 2000 verschillende verzekeringen aan. Nog meer dan de ruim 1000 waar we voor 2015 uit moesten kiezen. Als het ze lukt om zoveel verschillende polissen te verzinnen, maar niet om de deadline van 18 november te halen, dan liggen de prioriteiten verkeerd. De deadline voor de verzekerden om voor het einde van het jaar de nieuwe verzekering te kiezen is namelijk wel keihard. Nu zijn de mensen die zich moeten verzekeren de klos.

Zolang de verzekeraars niet alle afspraken met de ziekenhuizen hebben afgerond zijn de polisvoorwaarden feitelijk onvergelijkbaar en kunnen we niet goed kiezen. Ik verwacht dat sommige verzekerden in 2016 (desnoods met een gang naar de rechter) vergoedingen gaan afdwingen voor niet spoedeisende hulp waarvan ze in de keuzeperiode (18 november tot 31 december 2015) niet konden weten of het verzekerd zou zijn. Verzekeraars die polissen verkopen met ondoorzichtige voorwaarden lopen in ons land grote risico's.

Een systeem dat meer dan 2000 verschillende verzekeringen oplevert is duidelijk defect. Met zoveel keus kan een normaal mens niet meer kiezen. En de consequenties van de keuze kunnen groot zijn. De verzekeringsmaatschappijen en de ziekenhuizen hebben lang genoeg spelletjes gespeeld; misschien moet het nu maar eens afgelopen zijn.

Hoe lossen we het echt op?

Ik denk dat de basisverzekering een collectieve verzekering moet worden (zoals WAO, AOW). De markt van de commerciële verzekeraars wordt dan beperkt tot aanvullende pakketten.

Bij deze aanpak stelt de Nederlandse staat de tarieven vast voor de behandelingen die in de basisverzekering zitten. De premies voor de collectieve verzekering worden via het belastingsstelsel geïncasseerd. Ziekenhuizen en verzekeraars moeten dan nog steeds onderhandelen, maar alleen over zaken die onder de aanvullende verzekeringen vallen. Dat zijn (relatieve) kleinigheden. Bijkomstig: de looptijd van die aanvullende verzekeringen hoeft niet samen te vallen met kalenderjaren.

In zo'n collectieve verzekering zou een (flink) eigen risico kunnen zitten. Ik zou het geen probleem vinden als je dat bij een commerciële verzekeraar geheel of gedeeltelijk kunt bijverzekeren.

donderdag 24 september 2015

Meten van kwaliteit van artsen

In de uitzending van NCRV - de monitor van 6 september 2015 zat een item over ziektekostenverzekeraars die medische dossiers bij huisartsen inzien om te bepalen of die huisartsen wel efficiënt werken en correct declareren. Sinds enkele jaren is ons medisch geheim bij wet uitgehold om dit mogelijk te maken. Maar bijna niemand weet dit en ik denk dat de meeste Nederlanders dit zouden afkeuren. Uit de uizending blijkt dat in een geval van een huisarts die zich verzette tegen inzage de verzekeraar uiteindelijk bakzijl heeft gehaald.
Nu is het niet onredelijk dat een verzekering wat zaken controleert bij het uitkeren van grote bedragen. Het probleem hier is
  • Het gaat hier niet om grote bedragen (althans niet voor die verzekering; de bedragen die soms worden teruggevorderd van één huisarts kunnen voor die arts wel aanzienlijk zijn).
  • Het gaat hier om ons medisch geheim.
  • Er bestaat een begrijpelijke vrees bij de verzekerden dat een verzekeraar misbruik kan maken van de informatie in de ingeziene dossiers.
  • De betrokken patienten worden niet op de hoogte gesteld van het feit dat hun dossier is ingezien.

Is er niet een manier te verzinnen die wat minder ingrijpend is?

Daarbij zou je moeten voorkomen dat informatie uit het medisch dossier van de patient bij de verzekering terecht komt.
  • Een verzekeraar kan zijn klanten steekproefsgewijs vragen om een 2nd opinion te gaan halen bij een andere arts. (De kosten hiervan zijn geheel voor de verzekeraar; ze gaan niet ten koste van het eigen risico van de verzekerde.) Na afloop wordt de verzekerde gevraagd in hoeverre het onderzoek en de conclusies van de tweede arts vergelijkbaar zijn met die van de eerste. Om dat te laten werken moet de verzekerde wel "begrijpen" wat de artsen hebben gedaan en geconcludeerd.
  • Een verzekeraar zou zijn klanten moeten aanmoedigen vermoedens van slecht medisch handelen aan te kaarten (maar zonder details te onthullen). Artsen waarover relatief veel zulke vermoedens binnenkomen kunnen een wat grotere kans krijgen op een 2nd opinion onderzoek als hierboven.
Op deze manier kan een verzekeraar een eerste schifting maken.
Maar hoe ga je daar verder mee?
In het geval dat de 2nd opinion belangrijk afwijkt kan de verzekeraar de betrokken artsen over de zaak laten overleggen. Dit soort overleg kost natuurlijk tijd; dus geld (wat de verzekeraar zou moeten vergoeden). Maar het kan zeker leiden tot een betere kwaliteit van de gezondheidszorg. De betrokken artsen zouden aan de verzekeraar een van de volgende vier mogelijkheden moeten rapporteren:
  1. Ze het eens zijn geworden.
  2. De toestand van de patient is tussen de twee onderzoeken significant veranderd.
  3. Ze waren het al eens (de patient had het waarschijnlijk niet goed begrepen, of één van de artsen heeft niet goed gecommuniceerd).
  4. Ze zijn het oneens gebleven.
In alle gevallen moet de verzekerde aanvullende informatie van de artsen krijgen. In gevallen 3 en 4 is er mogelijk een probleem met de kwaliteit van de arts.
Als verzekeraars niet in de dossiers mogen kijken is de enig mogelijke actie van een verzekeraar het beëindigen van de relatie met artsen waar relatief gevallen 3 en 4 mee zijn.

donderdag 27 augustus 2015

Basisinkomen

Basisinkomen is een vast inkomen voor alle legale ingezetenen van een land (of gemeente, enz.). Het basisinkomen kan afhankelijk zijn van leeftijd, maar niet van andere zaken.

Een basisinkomen vervangt de belangrijkste sociale uitkeringen. Voor het basisinkomen wordt geen tegenprestatie gevraagd (geen sollicitatieplicht, geen vrijwilligerswerk, niks). Het basisinkomen vervalt of vermindert niet als de ontvanger (meer) werk vindt. In de diverse discussies van de laatste tijd denkt men aan een basisinkomen van € 1100 per maand.

Voordelen
Bijstand en WW vervallenHet gemeentelijk uitkerings- en controleapparaat kan grotendeels opgedoekt worden.
Kinderbijslag / ‑toeslag vervaltVoor kinderen geldt een lager bedrag dan voor volwassenen en voor thuiswonende kinderen wordt het uitgekeerd aan de ouders/verzorgers van die kinderen.
Zorgtoeslag vervaltHet basisinkomen is moet voldoende zijn om de kosten van de basis-zorgverzekering te betalen.
Studiefinanciering vervaltStudenten moeten hun studie (inclusief huisvesting, boeken, reiskosten) uit hun basisinkomen betalen. Natuurlijk kunnen ze bijlenen, maar dat moet dan bij een commerciële geldverstrekker, familie, enz.
AOW vervaltHet basisinkomen vervangt de AOW. De additionele pensioenen die gespaard worden met inkomsten uit werk blijven bestaan.
Huursubsidies vervallenHet basisinkomen vervangt de huursubsidies. Wie te duur huurt zal iets goedkopers moeten vinden, of met meer personen in dezelfde woning moeten gaan wonen.
Arbeid wordt goedkoperOmdat iedereen een basisinkomen krijgt is een wettelijk minimumloon niet meer nodig. Wie meer wil uitgeven dan het basisinkomen zal werk moeten vinden. Werkgevers die arbeidskrachten nodig hebben zullen voldoende moeten betalen om het voor de werknemers interessant te maken. De netto lonen zullen behoorlijk dalen, maar met niet meer dan ongeveer het bedrag van het basisinkomen). Maar het belastingtarief voor lage inkomens moet omhoog (zie hieronder)
Inkomstenbelasting wordt heel simpelBij een basisinkomen kan de inkomensafhankelijkheid van de belastingdruk verdwijnen. Deze inkomstenafhankelijkheid is bedoeld om het besteedbaar inkomen te nivelleren, maar de complexiteit van alle inkomensafhankelijke regelingen is bijna niet meer te bevatten. Omdat het basisinkomen voldoende is als bestaansminimum kan elke extra verdiende euro voor hetzelfde percentage belast worden. Vlaktaks dus. Hiermee komt er een einde aan allerlei beroerde situaties waarbij mensen die zonder werk zitten geen part-time baan accepteren omdat dan allerlei kortingen zouden vervallen waardoor ze er netto op achteruit gaan.
Minder mensen zullen werkenDe hoeveelheid betaalde banen is al heel lang kleiner dan het aantal werkwilligen; misschien komt met een basisinkomen de hoeveelheid betaalde banen wat beter in balans met het aantal werkwilligen. Er is nu nu een grote verborgen werkloosheid. Er zijn massa's mensen met een uitkering die vrijwilligerswerk doen of mantelzorg verlenen. Veel van die mensen hebben nu een frustrerende sollicitatieplicht terwijl iedereen weet dat de meesten nooit meer betaald werk zullen vinden.
Nadelen
Werken over de grensWie in een plaats met basisinkomen woont is erg goedkoop voor een werkgever in een plaats waar geen basisinkomen geldt. Dit veroorzaakt een sterke wens om naar het gebied met basisinkomen te verhuizen en werk te zoeken buiten dat gebied. Dit effect kan gecompenseerd moeten worden met een belastingconstructie waardoor het inkomen bij een werkgever over de grens extra wordt belast met een bedrag ter hoogte van ongeveer het basisinkomen (bij een full-time aanstelling).
Wonen over de grensWie buiten het gebied met basisinkomen woont, maar daarbinnen werkt krijgt daarvoor erg weinig betaald. Dit effect kan gecompenseerd worden met een belastingconstructie waarbij de werknemers van buiten het gebied een belastingvoordeel ter hoogte van ongeveer het basisinkomen krijgen (bij een full-time aanstelling).
Ongewijzigd
Bijzondere (medische) kostenGehandicapten en langdurig zieken hebben vaak hoge kosten die een gezond mens niet heeft en die niet uit een basisinkomen betaald kunnen worden. Voor deze personen moeten aparte regelingen blijven bestaan, inclusief instanties die af en toe controleren of de extra uitkeringen (nog) nodig zijn.


Is het betaalbaar?

Daarover zijn de meningen verdeeld. De kosten zijn vrij eenvoudig uit te rekenen; die zijn bijna € 200 miljard. Dat is een enorm bedrag. Dat moet terugverdiend (betaald) worden uit het vervallen van de huidige wirwar van regels en een simpeler en hoger belastingtarief. Volgens een onderzoek van het CBP moet het belastingtarief voor werkenden naar 56.6%. Op dit moment is het tarief voor de topinkomens 52%. Dit is wel een aanzienlijke verhoging, maar geen absurde. Kortom, een basisinkomen is duur, maar wel betaalbaar. (NB. het CPB rapport maakt niet goed duidelijk hoe hoog het basisinkomen is waar dat belastingtarief van 56.6% bij hoort.)

Worden we dan niet allemaal te lui om te werken?

Dat is wel de grote vrees van veel van de tegenstanders. In het eerder aangehaalde onderzoek verwacht het CPB een afname van de arbeidsparticipatie van 5.6%. Één op de 18 mensen zou stoppen met werken. Het CBP verwacht dus dat we bijna allemaal zouden blijven werken. De verwachte afnamen zou wel een flink deel van onze ongewenste werkloosheid oplossen.

Fouten

In Wageningen zijn plannen voor een experiment waarbij duidelijk is dat ze daar niet goed begrepen hebben wat een basisinkomen is. Ze willen dit basisinkomen namelijk beperken tot de (huidige) werklozen van de gemeente. Dat betekent dat er met twee maten gemeten wordt en dat is onbehoorlijk en op termijn onhoudbaar.

Ger Jaarsma van de Financiële Telegraaf heeft het wel begrepen, maar wil, om de zaak betaalbaar te houden, de hoogte van het basisinkomen aanpassen op het aantal mensen in een huishouden. Voor één persoon geldt €1100, voor elke volgende persoon komt daar €100 bij. Dit maakt het natuurlijk vreselijk onaantrekkelijk om samen te gaan wonen. We zouden een controleapparaat moeten optuigen om te controleren dat mensen echt niet samenwonen... Dat willen we toch niet?

Wat nu?

Basisinkomen belooft een enorm ambtelijk controleapparaat overbodig te maken. Maar bestrijding van zwart werken blijft nodig (en wordt met een hoger belastingtarief zelfs belangrijker). Het nut van experimenten met een beperkte groep gelukkigen lijkt mij zeer beperkt. Het duurt jaren om een verschil in arbeidsparticipatie en levensgeluk te meten en, als de deelnemers zichzelf hebben mogen voordragen, vormen ze geen representatieve steekproef en dan zijn zijn alle metingen gebaseerd op statistisch drijfzand. Het verschil in kosten voor het ambtelijk controleapparaat is, zonder experiment, redelijk te schatten. (Een gemeente die dat niet kan heeft zijn administratie niet op orde.)

Een goede wettelijke constructie die minimale ongewenste effecten heeft voor personen die binnen het basisinkomen gebied wonen en daarbuiten werken, of omgekeerd, lijkt mij eigenlijk het lastigste aspect. En natuurlijk de diverse politieke partijen die denken dat we te lui worden om te werken, of menen dat de overheid een plicht heeft uitkeringstrekkers constant lastig te vallen met sollicitatieplichten. Deze partijen moeten beseffen dat de meeste mensen graag werken en dat je met een sollicitatieplicht niet meer betaalde banen maakt. Een basisinkomen biedt wel een heel veilige basis om een eigen bedrijfje te starten en dat kan wel meer betaald werk opleveren.

Meer informatie over basisinkomen

woensdag 13 mei 2015

IBAN omrekenservice

De Nederlandse banken hebben per 1 april 2015 (geen grap) hun gezamelijke omrekenservice webpagina voor het omzetten van oude Nederlandse bankrekeningnummers in IBAN codes buiten gebruik gesteld.

Uiteraard zijn er criminelen in dat gat gesprongen. (Elke keer als een Nederlandse bank iets verandert zijn er criminelen die daar een slaatje uit proberen te slaan.) Er zijn nu vele IBAN omrekensites en een deel daarvan is corrupt. Deze geven als resultaat de IBAN van een katvanger. Als de gebruiker van die site dan niet opmerkt dat de cijfers aan het eind van de IBAN code verschillen van het ingevulde nummer en geld overmaakt dan is ie dat geld kwijt.

Waarom hebben de banken hun site uitgeschakeld?

In het NOS journaal op 13 mei 2015 werd verklaard dat het on-line houden van de service teveel werk was, of te duur. Daarbij was de suggestie dat hier een database achter zit.

Voor het omzetten van oude Nederlandse bankrekeningnummers in IBAN codes is geen database nodig (tenzij je nooit uitgegeven bankrekeningnummers niet wilt omzetten). Het recept staat uitgelegd op de Nederlandse Wikipedia pagina over IBAN. Daar komt geen database aan te pas. Een beetje programmeur schrijft in een uurtje een web pagina waar een gebruiker een oud bankrekeningnummer kan invullen en de IBAN code terugkrijgt. Zelfs als je zo'n web service draait op een Raspberry Pi computertje dan kun je duizenden omzetverzoeken per minuut verwerken. Met een beetje JavaScript gebeurt omzetting niet eens op de server, maar op de computer van de klant; zo kan zo'n klein computertje (hij heeft het formaat van stapeltje bankpassen) misschien wel tienduizend verzoeken per minuut aan.

Nederlandse banken kunnen niet rekenen

Het in de lucht houden van een web pagina is echt goedkoper dan het afhandelen van de klachten van al die klunzen die hun geld naar de katvangers van de criminelen hebben overgemaakt.

Penny wise and Pound foolish.

Aanvulling

Op 15 juni 2015 hebben de Nederlandse banken een nieuwe IBAN omrekenservice ingevoerd.

vrijdag 23 januari 2015

Topinkomens, verantwoordelijkheid, eerlijkheid, geloofwaardigheid

Er zijn personen die werkelijk menen dat ze zo goed zijn dat hun inkomen hoger moet zijn dan dat van een minister (de Balkenende norm). Nu zou je kunnen zeggen dat als die personen een werkgever kunnen vinden die bereid is zoveel te betalen, dat de zaak daarmee prima geregeld is.

Maar als het overheid of semi-overheid betreft ben ik het daar niet mee eens.

Hoe bepaal je wat een redelijk inkomen is?

Het zou afhankelijk kunnen zijn van
  • Geschiktheid - capaciteit van de persoon om het werk met sukses te verrichten.
  • Resultaat - de suksessen die de persoon in de afgelopen periode heeft bereikt.
  • Opleiding - hoeveel tijd en geld heeft de persoon besteed aan de opleiding die hem/haar kwalificeert voor het werk.
  • Verantwoordelijkheid van de functie - de mogelijke schade aan personen, goederen, of de organisatie door het maken van een fout.
  • Persoonlijke risico's verbonden aan het vervullen van de functie (gevaarlijk werk, risico van persoonlijke reputatieschade).
  • Representatiefheid - in hoeverre kan de persoon optreden als boegbeeld van de organisatie.
  • Kennisnetwerk - in hoeverre heeft de persoon de juiste connecties (om zaken t.b.v. de organisatie te, eh, regelen).
  • Hoe moeilijk het is een persoon te vinden die dit werk kan doen?
  • Hoe vervelend het is om het werk te verrichten - moet je rotwerk beter betalen dan leuk werk?
  • Onomkoopbaarheid - soms moet je personen die toezicht houden op werkzaamheden zoveel betalen dat het voor de mensen/bedrijven waarop ze toezichthouden niet lonend is ze om te kopen.

Mijn (onbescheiden) indruk is dat bij functies met zeer hoge salarissen het kennisnetwerk van doorslaggevend belang is. De rest lijkt van weinig belang. Idioot hoge inkomens lijken niet te leiden tot bankbestuurders die minder frauderen, minder ondeugdelijke financiële producten verzinnen, of minder knoeien met rapportages waarop de Libor rente gebaseerd wordt.

In de automatiseringswereld geldt dat een goede software ontwikkelaar/ontwerper 10 maal productiever is dan een slechte. Die buitengewoon productieve software ontwikkelaars zijn moeilijk te vinden en alleen vast te houden door ze werk te laten doen waarin ze zich kunnen uitleven. Een goede geldelijke beloning is voor die mensen natuurlijk wel noodzakelijk, maar niet doorslaggevend. De inkomensverschillen in deze branche zijn veel kleiner dan de productiviteitsverschillen.

De nare consequenties

De gevolgen van exceptionele beloningen zijn
  • Als het semi-overheidsbedrijven betreft gaat het over ons geld.
  • Er blijft binnen de organisatie minder geld over voor andere zaken.
  • Het trekt een bepaald soort mensen aan (de mensen waarvoor geld belangrijker is dan de inhoud van het werk).
  • Het kan schadelijk zijn voor het imago van de organisatie.
  • Het is schadelijk voor het solidariteitsgevoel binnen de organisatie.


Kunnen we hier wat aan doen?

Natuurlijk kan dat. Wetgeving kan de inkomens van bestuurders in (semi‑)overheidsbedrijven limiteren. Daar wordt aan gewerkt (tegengewerkt door enkele VVD ministers). Ik moet nog zien dat we dan slechtere bestuurders krijgen (maar dat zal lastig te meten zijn). Een overzicht van topinkomens in de semi-overheid in 2013 is te downloaden van http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/beloningen-bestuurders/documenten-en-publicaties.

Banken (geen semi-overheid, maar we hebben ze echt wel nodig) verschillen onderling wel in hun beloningsbeleid; er is wel wat te kiezen. Veranderen van bank is in Nederland heel eenvoudig. Overstappen naar een andere woningbouwvereniging is lastiger... Daarvoor moet je verhuizen. Ook is het meestal niet praktisch om naar een ander ziekenhuis uit te wijken; de afstand tot het volgende ziekenhuis waar de gevraagde medische expertise aanwezig is (en die een contract heeft met de eigen ziektekostenverzekering) kan groot zijn. Kosteneffectiviteit is zo-ie-zo niet iets waar ziekenhuizen in Nederland zich mee profileren. Studenten zullen de keuze van hun universiteit doen op grond van de aangeboden studies en de reputatie van die universiteit; niet op grond van het inkomen van haar bestuurders. Ook universiteiten staan er niet om bekend dat ze zich profileren met het beloningsbeleid van hun topbestuurders.

Het is niet gemakkelijk om je afkeer van een organisatie om te zetten in uitwijken naar een concurrerende organisatie. Dan blijft het schandpaal-effect over. Zoek eens uit wat het inkomen is van de bestuurders van je woningbouwverening, of, als je bij de semi-overheid werkt, de bestuurders van die instantie. Praat daarover met je buren, vrienden en collega's. Om het schandpaal-effect te benutten moeten we organisaties die exhorbitante beloningen geven voor bepaalde functies kunnen herkennen en die inkomens kunnen vinden. Daartoe kan de al eerder gerefereerde verplichte jaarlijkse rapportage dienen.

Aanvulling

Bestuurders van slecht functionerende verpleeghuizen blijken meer te verdienen dan die van goed functionerende (plusonline.nl)

maandag 15 december 2014

Distributienetwerken

De grond onder en langs onze straten ligt vol met leidingen en kabels. Deze spullen worden beheerd door netbeheerders. Op www.aansluitingen.nl kun je opzoeken wie die beheerders zijn. De meeste van die netwerken zijn aangelegd door de oorspronkelijke aanbieders van diensten die ze nodig hadden. Telefoonkabels zijn aangelegd door PTT (tegenwoordig KPN). Elektriciteitskabels door het plaatselijke elektriciteitsbedrijf, gasleidingen door het plaatselijke gasbedrijf, kabel-TV leidingen door het plaatselijke kabel-TV bedrijf (wat vroeger vaak eigendom was van de gemeente).

Waarom die overdracht aan netbeheerders?

Een belangrijke aanleiding was de ontwikkeling van Internet over (A)DSL en de wens voor die dienst concurrentie mogelijk te maken. (A)DSL maakt gebruik van normale telefoonleidingen. Voor (A)DSL moeten in de wijk-telefooncentrale en bij de klant modems geplaatst worden. Het monopolie van PTT/KPN op de wijk-telefooncentrales moest daarvoor worden opengebroken (en dat ging niet van harte). Op dit moment kunnen we in Nederland kiezen uit een stuk of 10 Internet providers. Bijna allemaal gebruiken die (A)DSL. De grote uitzondering zijn de kabel-TV bedrijven die gebruik maken van het kabel-TV netwerk. Ook is Internet mogelijk over de mobiele telefonie netwerken, maar dit wordt voornamelijk gebruikt op mobiele apparaten (smart phones en tablet computers). In tegenstelling tot het kabel-TV bedrijf maken die mobiele providers geen gebruik van kabels tot in de woning van de afnemers.

Ook voor elektrische energie en gas kunnen we tegenwoordig kiezen van welk bedrijf we het kopen. De plaatselijke leidingen zijn in beheer bij een netbeheerder die ook zorgt voor plaatsing van de verbruiksmeters. Voor elektrische energie geldt dat de ene kWh niet te onderscheiden is van de andere. Bij gas geldt dat de ene m3 methaan precies even goed brandt als de andere. Het is dus niet nodig (en technisch ook niet mogelijk) ervoor te zorgen dat het product dat een afnemer gebruikt van zijn eigen leverancier afkomstig is. De gekozen leverancier is bij deze netwerken verplicht de door haar afnemers afgenomen energie aan de netbeheerder te leveren.

Voor telefonie en Internet werkt dat fundamenteel anders. Het aderpaar (de twee draadjes in de telefoonkabel) naar mijn huis is aan de andere kant elektrisch verbonden met een apparaat van de door mij gekozen Internet en telefonie provider. Onderweg zitten daar geen aftakkingen in en zijn er geen andere apparaten aangesloten. (Tenzij iemand op zeer amateuristische wijze mijn telefoonlijn aftapt.)

Kabel-TV zit daar een beetje tussenin. Voor TV is dat een distributienetwerk zoals bij de energie netwerken. Maar Internet en telefonie over het kabel-TV netwerk maken gebruik van een soort onderstations waar het Internet en telefonie verkeer voor een kleine groep lokale afnemers op de TV-kabel wordt geïnjecteerd. Dat onderstation is meestal via glasvezel kabels verbonden met een groter station van de kabel-TV provider.

Het is opmerkelijk dat de kabel-TV niet werkt met netbeheerders. De kabel-TV bedrijven hebben nog altijd het exclusieve recht voor het aanbieden van diensten via het kabel-TV netwerk. Die onderstations van het kabel-TV netwerk kunnen (net zoals de wijk-centrales van KPN) plaats bieden voor apparatuur van andere providers. Echter, mocht de overheid dit afdwingen, dan zal het effect minimaal zijn. Zogenaamde triple play contracten zorgen ervoor dat klanten bijna altijd zowel TV, als Internet, als telefonie bij dezelfde provider nemen. Echte concurrentie op de TV-kabel is daarom niet te verwachten.

Leidingen naar afzonderlijke woningen zijn duur

Het beheer en onderhoud van die leidingen kost echt geld. De aanleg- en onderhoudskosten van ons nationale telefonienetwerk bestaan voor het overgrote deel uit het aanleggen en vervangen van de kabels tussen de wijk-centrales en de individuele woningen. Het is een goede zaak dat het beheer van die leidingen in handen is van een instantie die geen belang heeft bij een specifieke dienstenaanbieder. Deze netbeheerders hebben/krijgen een natuurlijk monopolie. Om misbruik daarvan te voorkomen moeten ze door de overheid gebonden worden aan redelijke tarieven.

In de USA proberen de telecom providers (die daar de netwerken beheren die vaak op kosten van de overheid zijn aangelegd) daar zo min mogelijk geld aan kwijt te zijn. In plaats van fatsoenlijk onderhoud te plegen worden de klanten overgehaald te migreren naar draadloze systemen waarna de kabels zodanig worden verwaarloosd dat ze onbruikbaar worden. De draadloze verbindingen zijn minder betrouwbaar; vooral bij calamiteiten liggen deze er als eerste uit. Dat komt doordat bij een bedrade, klassieke, telefoonaansluiting de energie die nodig is voor de werking van het toestel van de klant vanuit de wijk-centrale wordt geleverd. Tijdens uitval van het lichtnet bij de klant (wat in landelijke gebieden in de USA dagen kan duren) blijft telefoneren gewoon mogelijk.

In veel gemeenten worden op dit moment glasvezelnetwerken aangelegd met aansluitpunten in de woningen van de potentiële gebruikers. De capaciteit van deze aansluitingen is veel groter dan wat via de kabel-TV aansluitingen of draadloze netwerken mogelijk is. Laten we hopen dat het beheer van deze netwerken bij een netbeheerder wordt ondergebracht zodat de providers van telefonie, TV en Internet ook hier eerlijk kunnen concurreren om de klanten.

Misschien moeten we voor de distributie van post en kleine pakketten ook eens nadenken over het opzetten van een soort netbeheerder die de bezorging in de wijk van deze artikelen voor zijn rekening neemt. Zoals de bezorgers van al die verschillende post- en pakketbedrijven nu allemaal dagelijks door dezelfde straten gaan is echt niet efficiënt. Zeker niet in landelijke gebieden. Dat kan goedkoper...

maandag 1 december 2014

Kleine lettertjes en onvergelijkbare abonnementen

De spreekwoordelijke kleine lettertjes van de overeenkomsten die we allemaal aangaan kunnen vervelende consequenties hebben. Simpelweg door de enorme omvang zal...
  • Niemand de (voor hem/haar) beste keuze maken uit de meer dan 1000 ziektekostenverzekeringen.
  • Niemand alle gebruiksvoorwaarden van de banken vergelijken.
  • Niemand de algemene voorwaarden van een bedrijf lezen bij het plaatsen van een bestelling.
  • Niemand nalezen wat (social media) web sites met die cookies en jouw surfgedrag menen te mogen doen.
  • Niemand alle tarieven van telefonie, Internet en kabel-TV providers vergelijken.
  • Niemand alle tarieven van energiebedrijven vergelijken
Daarnaast maken bedrijven vergelijking van prijzen en tarieven onmogelijk door
  • Ondoorzichtige kortingen (bij het afsluiten van meerdere verzekeringen), of collectiviteitskortingen voor werknemers van bepaalde bedrijven, vakbondsleden, enz.
  • Heel veel (combinaties van) abonnementen aan te bieden (met name providers van telefonie, Internet en kabel-TV maken zich hier schuldig aan).
  • Ondoorzichtige toeslagen (met name bij energiebedrijven).

Moet het nou zo moeilijk zijn?

Natuurlijk niet. Het mooiste tegenvoorbeeld dat ik mij kan herinneren was het Borland no-nonsense license agreement dat bij de Borland Turbo C 2.0 software zat. Het paste in normale letters binnen een halve pagina en kwam er op neer dat de gebruiker moest beloven de software op niet meer dan 1 computer tegelijk te (laten) gebruiken. Het maken van backups was expliciet toegestaan. Het verplaatsen naar een andere computer ook.
Deze licentie was leesbaar, alleszins redelijk en uitvoerbaar. Er werd in de software geen enkele poging gedaan om het gebruik op slechts één computer af te dwingen. Het was vooral een kwestie van fatsoen. Dat was ca. 1988...

Waarom gebeurt dat nu niet meer?

Kennelijk hebben bedrijven er een belang bij dat de klanten de regeltjes niet lezen, of niet in staat zijn het (voor hen) meest geschikte product of abonnement te kiezen. Dat is natuurlijk idioot. Maar het geeft die bedrijven meer inkomsten en een machtspositie over de klanten/gebruikers. En dat werkt zolang de klanten/gebruikers niet in opstand komen.

In het geval van verzekeringen, telefonie/Internet/kabel-TV providers en energieleveranciers is er een markt ontstaan voor vergelijkingssites. Helaas zijn de meeste van die vergelijkingssites helemaal niet onafhankelijk. Ze krijgen geld wanneer iemand via die vergelijkingssite een verzekering of abonnement afsluit. Zoiets is natuurlijk een contract met de duivel afsluiten en het komt de geloofwaardigheid van de adviezen van die sites niet ten goede. Voor ziektekostenverzekeringen wordt dit jaar aangeraden de resultaten van meerdere vergelijkingssites te vergelijken. Veel gekker moet het niet worden...

Hoe kan het wel?

Een bank zou zijn voorwaarden kunnen versimpelen tot iets als...
De klant zal zijn/haar best doen ervoor te zorgen dat inloggegevens, passen, credit cards, enz. niet in verkeerde handen vallen. Mocht dit onverhoopt toch gebeuren; dan moet de klant onverwijld contact opnemen met de bank.
De bank moet zijn best doen ervoor te zorgen dat de klant kan Internetbankieren, betalen, enz. op de momenten en plaatsen dat het hem/haar uitkomt.

Hoe kunnen we dit doorbreken?

De consument kan hier in zijn eentje weinig tegen beginnen. Het wachten is op een bank, verzekeraar, telecom provider, energieleverancier, enz. die zich met scherpe tarieven en simpele no-nonsense voorwaarden gaat onderscheiden. Het is natuurlijk ook mogelijk dat een hogere rechter of een nieuwe wet korte metten maakt met voorwaarden die een normaal mens niet binnen redelijke tijd kan bevatten.

Maar ik vrees dat we daarop nog lang zullen moeten wachten.