dinsdag 27 november 2018

Bedrijfje spelen in de gezondsheidszorg

Afgelopen maanden zijn in Nederland enkele ziekenhuizen failliet gegaan en er zouden er nog meer kunnen volgen. Dat is een logisch gevolg van het bedrijfsmatig besturen van ziekenhuizen. Politici die ineens roepen dat dit niet moet kunnen hebben boter op hun hoofd. Bedrijven kunnen failliet gaan; overheidsinstanties niet. Als je als overheid vindt dat er een minimum niveau aan gezondheidszorg moet zijn kun je dat niet helemaal aan het bedrijfsleven overlaten.

Kan gezondheidszorg op commerciële basis?

Ja, maar alleen als er geen partijen zijn (of kunnen onstaan) die een zo groot geografisch gebied betreffen dat ze onmisbaar worden. Het enige ziekenhuis met een afdeling spoedeisende hulp in een reistijd van 45 minuten is noodzakelijk en daarvan kunnen we ons niet permitteren dat het ineens verdwijnt. Daarentegen is een tand­arts­prak­tijk in een stad waar nog 20 tand­arts­prak­tijken actief zijn niet onmisbaar.

Overigens zijn er plaatsen in Nederland waar het dichtstbijliggende ziekenhuis verder weg ligt dan 45 minuten. E.g. vier van onze waddeneilanden; daar worden vaak helicopters ingezet voor patiënten die met spoed naar een ziekenhuis moeten.

Waarom gezondheidszorg op commerciële basis?

Het achterliggende idee is dat bedrijven met elkaar concurreren om de klanten. Dit zou leiden tot efficiëntere bedrijfsvoering; dus betere kwaliteit tegen scherpere prijzen.
Maar concurrentie werkt alleen als de klanten echt kunnen kiezen. Kiezen vergt dat die klanten (patiënten):
  • Meerdere ziekenhuizen binnen redelijke reistijd hebben.
  • De kwaliteit van die ziekenhuizen kunnen vergelijken.
  • De prijzen van die ziekenhuizen kunnen vergelijken.
Dat zijn best wel zware eisen; mede doordat de prijzen van Nederlandse ziekenhuizen extreem ondoorzichtig zijn. Ik denk niet dat er veel mensen in Nederland zijn die een ziekenhuis kiezen op grond van een prijs / kwaliteit vergelijking. Bovendien beperken veel zorgverzekeraars de ziekenhuizen waarvan ze de kosten zullen vergoeden; waardoor er nog minder te kiezen overblijft. In de praktijk is er geen sprake van keuze door de patiënten, maar van keuze door de zorgverzekeraars. En de patiënten kunnen niet per behandeling een andere verzekeraar kiezen...

Hoe dan wel?

Misschien is het efficiënter als de ziekenhuizen direct door de zorgverzekeraars gerund worden. Over die zorgverzekeraars het ik al eens geschreven dat de basis­ver­ze­ke­ring overgeheveld zou moeten worden naar staat. Zo zou ziekenhuiszorg die onder de verplichte verzekering valt (indirect) door de staat worden verzorgd.

Zulke drastische stappen gaat een VVD kabinet niet ondernemen. Hoeveel ziekenhuizen moeten er nog failliet gaan door deze ondernemingsdrift?

woensdag 31 oktober 2018

Legitimatiebewijzen

Iedereen moet zich af en toe legitimeren. Dat kan zijn bij het passeren van een landsgrens, maar ook bij het afsluiten van een krediet, openen van een bankrekening, stemmen bij een verkiezing, een transactie bij een notaris, staandehouding door de politie, enz.. De achterliggende reden is dat betrokkenen er zeker van willen zijn dat je bent wie je zegt dat je bent.

Hoe degelijk moet het bewijs zijn?

Dat hangt af van het belang van de actie of transactie en de ernst van de gevolgen als iemand niet is wie hij/zij zegt te zijn.

Bij het passeren van een grens tussen twee landen bepalen beide landen hoe degelijk het legitimatiebewijs moet zijn. Het meest erkende legitimatiebewijs is een paspoort. Binnen de Europese Unie is een ID-kaart van een van de lidstaten meestal voldoende.

Hoe degelijk is je legitimatiebewijs?

Dat is afhankelijk van de echtheidskenmerken van het legitimatiebewijs en de persoonskenmerken op/in het legitimatiebewijs. Echtheidskenmerken bewijzen dat het legitimatiebewijs door een bevoegde instantie is uitgegeven en niet onbevoegd is gewijzigd. Goede echtheidskenmerken maken een legitimatiebewijs duurder en moeilijker te vervalsen. Ik ga in dit stukje niet verder in op echtheidskenmerken. Persoonskenmerken koppelen het legitimatiebewijs aan een persoon.

Persoonskenmerken voor legitimatie

Bijna alle legitimatiebewijzen zijn voorzien van een foto, handtekening en de geboortedatum van de persoon. Andere mogelijke kenmerken zijn: lichaamslengte, geslacht, oogkleur, haarkleur, huidskleur, vingerafdruk, gebitskenmerken, irisscan, DNA. Of het verstandig is bepaalde persoonskenmerken op te nemen is afhankelijk van de toepassing:
  • Persoonskenmerken moeten sterk persoonsspecifiek zijn. Geslacht en kleur van de ogen zijn weinig specifiek, irisscan en DNA zijn zeer specifiek.
  • Persoonskenmerken moeten gemakkelijk verifieerbaar zijn. Lichaamslengte en alles wat zichtbaar is op een aangezichtsfoto is snel en eenvoudig te controleren, DNA vergt dure apparatuur en nogal veel tijd.
  • Persoonskenmerken moeten niet snel veranderen/verouderen. Met name bij kinderen veranderen lichaamslengte en vingerafdrukken snel, DNA verandert niet of nauwelijks.
  • Persoonskenmerken moeten niet gemakkelijk met een cosmetische ingreep te veranderen zijn. Haarkleur is eenvoudig te veranderen; lichaamslengte niet.
  • Persoonskenmerken moeten liever niet voor andere doelen misbruikt kunnen worden. Uit DNA informatie, of gebitskenmerken is de kans op sommige medische problemen af te leiden; werkgevers en medische verzekeraars kunnen hiermee risico's schatten en vervolgens bepaalde mensen weigeren en dat vinden we niet wenselijk. Dus liever geen gevoelige, per­soons­ken­mer­ken waarvan misbruik mogelijk is. Kort geleden bleek dat je zelfs geld kunt verdienen met vingerafdrukken van overledenen. Veel misbruikmogelijkheden zijn te beperken door niet de totale informatie, maar een checksum daarvan te registreren. Uit een goede checksum kun je het kenmerk niet reconstrueren. Maar als je het kenmerk van dezelfde persoon opnieuw meet en opnieuw de checksum uitrekent krijg je wél weer dezelfde waarde. Ook moet het onwaarschijnlijk zijn dat een kenmerk van twee willekeurige personen dezelfde checksum heeft.

De keuze van persoonskenmerken is een compromis

Een geschikte combinatie van persoonskenmerken maakt het voldoende moeilijk dat iemand zich voordoet als iemand anders.

Persoonskenmerken die op sommige personen niet van toepassing zijn kun je niet afdwingen (e.g. irisscan van iemand die geen ogen heeft, vingerafdrukken van iemand die geen handen heeft, geslacht van iemand waarbij dat onduidelijk is, handtekening van iemand die niet kan schrijven, geboortedatum van iemand waarvan die datum onbekend is). Als je zulke persoonskenmerken wilt gebruiken moet je uitzonderingen toestaan.

Een legitimatiebewijs is beperkt houdbaar

Veel persoonskenmerken veranderen geleidelijk (bij kinderen sneller dan bij vol­was­senen). Ook vermindert de robuustheid van echtheidskenmerken tegen vervalsing door nieuwe technische ontwikkelingen. Daarom moeten legitimatiebewijzen regelmatig vervangen worden.

Vingerafdrukken

In Nederland worden sinds 2009 vingerafdrukken in paspoorten opgenomen op grond van een Europese afspraak uit 2001. Er zijn - 9 jaar later - nog steeds geen plaatsen waar die vingerafdruk routinematig gecontroleerd wordt. Zelfs op Schiphol ontbreekt de benodigde apparatuur. Overigens zijn vingerafdrukken niet zo uniek als veel mensen denken. Ik vind het wel redelijk dat vingerafdrukken in een legitimatiebewijs zitten, maar op deze manier is het verspilde moeite. Opname van deze vingerafdrukken van alle inwoners in een nationale database voor opsporingsdoeleinden is een oprekking die daarbij altijd op de loer ligt. Dan zou iedereen die een legitimatiebewijs nodig heeft zich bij voorbaat verdacht kunnen voelen.

Die kant moeten we niet opgaan; vrij verkeer van personen is een groot goed.

dinsdag 23 oktober 2018

Anoniem donorschap

Tot 2004 was het in Nederland tamelijk gebruikelijk dat spermadonoren anoniem bleven. Met de invoering van Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting is anoniem donor­schap bij Nederlandse klinieken niet langer toegestaan. Het aantal mannen dat sperma doneerde is rond de invoering van die wet flink gedaald. Kennelijk waren er nogal wat donoren die wel wilden helpen, maar beslist niet het risico wilden lopen later met een kind geconfronteerd te worden. In de jaren na de invoering van de wet is het aantal donoren wel wat hersteld.

De wet verplicht een gecentraliseerde administratie van donorkinderen en de bij­be­ho­ren­de donoren. Dit heeft, vermoed ik, ook het aantal klinieken dat het niet zo nauw neemt met een redelijk maximum aantal kinderen van één donor flink verminderd.

Kinderen hebben het recht te weten wie hun vader is

Althans, dat is de essentie van die wet. Maar er worden ieder jaar natuurlijk ook kinderen geboren uit one-night-stands met een vakantievriendje dat later niet meer te traceren is. Vrouwen die de wachttijden bij een kliniek (één a twee jaar) te lang vinden kunnen ook een bink in de plaatselijke kroeg versieren, of naar het buitenland. En dan zijn er na­tuur­lijk ook gevallen waar een goede vriend als spermadonor optreedt zonder dat er een medische instantie aan te pas komt. Het geheim berust dan bij de moeder en die vriend en als die het niet willen (of niet meer kunnen) doorgeven zal het kind waar­schijn­lijk nooit weten wie zijn/haar vader is.

Die Nederlandse wet gaat alleen over Nederlandse sperma- en eicelbanken en dat is natuurlijk wel meten met twee maten. Het recht om te weten wie je vader is, heeft dus harde grenzen. Een goed overzicht van de drie soorten spermadonoren staat in Ouders van nu: Een zaaddonor zoeken.

Eiceldonatie

In tegenstelling tot spermadonatie is eiceldonatie is geen doe-het-zelf klusje dat je thuis kunt doen; dat gaat alleen in een kliniek. Er zijn weinig plaatsen waar dat anoniem kan en het is geen pretje (in tegenstelling tot spermadonatie). Eiceldonoren die ten behoeve van onbekende ontvangers willen doneren zijn daardoor erg zeldzaam. Bij kinderen die verwekt zijn uit een gedoneerde eicel is er bijna altijd wel ergens een ad­mi­ni­stra­tie is waarmee ze hun genetische moeder kunnen achterhalen.

Stichting donorkind

Deze stichting is verenigt kinderen die verwekt zijn met donorsperma of een donoreicel. Veel begrip voor donoren die anoniem willen blijven is op hun web site niet te vinden.

Hoe erg is het als je niet weet wie je genetische vader of moeder is?

Ik weet het niet. Maar de ouders die je opvoeden wilden zo graag een kind dat ze voor lief hebben genomen dat het niet 100% hun genetisch eigen kind is. Dat zou toch een troost moeten zijn.

donderdag 27 september 2018

ING schaft de TAN codes af

Al geruime tijd worden klanten van ING bank langs diverse wegen geïnformeerd over het afschaffen van TAN codes voor het bevestigingen van transacties. TAN staat voor Trans­actie Autorisatie Nummer. Dit is een eenmalig te gebruiken code waarmee de klant een transactie bevestigt. Oorspronkelijk werden TAN codes in grote aantallen tegelijk op papier verstrekt, tegenwoordig meestal per stuk middels een SMS bericht. In dat SMS bericht staat - ter controle - ook het totaal bedrag van de transactie.

ING bank is van plan het gebruik van TAN codes nog in 2018 af te schaffen. Het alter­natief dat ING propageert is bevestigen van transacties met de ING app (op een smart phone dus). ING verkondigt ook dat er voor klanten die geen gebruik willen of kunnen maken van een app op een smart phone een alternatief komt.

Op de web site van ING is (eind september 2018) geen informatie over dat alternatief te vinden. Ik heb hierover contact gehad middels de chat functie op de ING web site en ook de medewerkers achter die chat functie hebben mij niet wijzer gemaakt. Ze weten alleen dat er een alternatief komt. Kennelijk houdt ING dat alternatief ook geheim voor haar eigen medewerkers. In het enquêteformulier (na afloop van de chat) heb ik aangegeven dat ik het vreemd vind dat ING haar eigen klantencontact medewerkers in het ongewis laat over zaken die binnen enkele maanden gaan gebeuren.

Wie wil er nu geen gebruik maken van de ING app?

  • Sommige mensen hebben geen smart phone.
  • Veel smart phones krijgen al geruime tijd geen updates meer van de fabrikant en zijn daardoor niet veilig genoeg voor geldzaken.
  • Sommige mensen vinden bevestigen van transacties op een apparaat waarmee ze ook transacties (kunnen) invoeren onvoldoende veilig.
Persoonlijk val ik in de laatste groep. Met de ING app op mijn smart phone zou een hacker die - zonder dat ik dat weet - controle heeft over die smart phone kunnen wachten tot ik de ING app start en dan allerlei transacties kunnen invoeren en die ook gelijk bevestigen.

Voor mijn eigen veiligheid voer ik transacties altijd in via de ING web site die ik benader met een PC en bevestig ze met een TAN code die ik per SMS ontvang en waarin - ter controle - het totaalbedrag van de transactie staat. Een hacker zou dus zowel mijn PC als mijn mobiele telefoon onder controle moeten hebben, of op een of andere manier het SMS bericht met TAN code moeten onderscheppen. Die 2-factor beveiliging is een stuk moeilijker te doorbreken dan alleen de beveiliging van mijn smart phone.

Die ING app komt beslist niet op mijn smart phone.

Wat zou toch dat alternatief van ING zijn?

Ik vermoed dat ING nog geen goed werkend alternatief heeft en op het laatste moment zal besluiten het gebruik van TAN codes via SMS voort te zetten voor die klanten die geen gebruik willen of kunnen maken van de ING app.

Maar ING kan natuurlijk ook terug gaan naar TAN codes op papier. Dat is minder veilig en de klanten moeten die lijst echt goed opbergen. TAN codes via SMS zijn veiliger dan TAN codes op papier omdat de klant het bedrag van de transacties in het SMS bericht kan controleren en doordat de code maar beperkte tijd geldig is.

Als ING autorisatie met TAN codes via SMS toch afschaft zonder een goed alternatief te bieden dan moet ik op zoek naar een andere bank.

Aanvulling 2018-11-12

ING gaat voor klanten die niet met de ING app willen of kunnen werken de ING scanner beschikbaar stellen. Uit de aankondiging maak ik op dat dit een apparaatje is dat een kleurpatroon op het scherm van de computer leest en de gebruiker vraagt een (geheim? persoonlijk?, gegenereerd?) getal in te toetsen. Het is ook onduidelijk of dat getal ingetoetst moet worden op een toetsenbord op de scanner, dan wel op de PC. Invoering is voorjaar 2019; we gaat het zien.

donderdag 13 september 2018

Nederlandse steun voor Islamitische strijders

In Syrië is de Islamitische strijdgroep Jabhat al-Shamiya actief. Volgens het openbaar ministerie (OM) is die groep salafistisch, jihadistisch en een criminele organisatie met een terroristisch oogmerk. Desondanks steunde het ministerie van Buitenlandse Zaken deze strijdgroep met pick-up-trucks, satelliettelefoons, uniformen, matrassen, rugzakken, camera's en laptop computers.

Tegenstrijdige signalen

Kennelijk denken ze bij Buitenlandse Zaken anders over Jabhat al-Shamiya (en andere soortgelijke groepen) dan bij het OM. Nu zijn het ministerie BZ en het OM natuurlijk twee verschillende organisaties, maar ze vallen wel beide onder de Nederlandse staat. De advocaten van teruggekeerde Syrië gangers hebben er nu een fantastisch argument bij voor de verdediging van hun cliënten: Als het ministerie van BZ niet weet dat X een terroristische organisatie is; dan kunt u mijn cliënt toch niet verwijten dat die dat ook niet wist?

Als de rechter daarin meegaat wordt het moeilijk die teruggekeerde strijders langdurig uit de samenleving te houden. En voor de daaruit voortvloeiende onveiligheid mogen we dan een stel eigenwijze losgeslagen idioten bij ons eigen ministerie van Buitenlandse Zaken bedanken.

Wat zou er nog meer kunnen gebeuren?

Ik voorzie een parlementaire enquête en een minister of staatssecretaris die het boetekleed aantrekt en vertrekt.

Dat lost het onderliggende probleem natuurlijk niet op. Er lag jaren geleden al een motie die het ministerie van BZ afraadde om steun te geven aan gewapende strijders in Syrië. Ook heeft het kabinet een Extern Volkenrechtelijk Adviseur die geraadpleegd had moeten worden alvorens dit soort steun te geven. Maar dat is niet gebeurd. Tenslotte zijn er volkenrechtelijke problemen met elke steun aan opstandelingen die een gewapende strijd voeren tegen de regering van een soevereine staat.

Kennelijk is het bij het ministerie van BZ normaal om gewoon te doen wat men leuk vindt; ongeacht hoe gevaarlijk het is. Dat wijst op een cultuurprobleem bij het ministerie van BZ. En dat soort problemen lost geen enkele minister binnen één kabinetsperiode op. Dit soort ongelukjes gaan we de komende 10 jaren nog wel vaker zien.

vrijdag 29 juni 2018

Stemmen met computers?

Het is alweer lang geleden (2006?) dat Rob Gonggrijp mij totaal onverwacht thuis opbelde en mij betrok bij zijn project WijVertrouwenStemcomputersNiet. Rob had voor het eerst met een SDU stemcomputer gestemd en voelde direct aan dat dit een oncontroleerbare methode was. Ik had al jaren een web pagina over stemcomputers die vooral over Nedap machines ging en Rob had die pagina gelezen.
Het clubje dat vervolgens ontstond heeft er in geresulteerd dat de Nedap en SDU stemcomputers in Nederland en in Duitsland niet langer gebruikt mogen worden. Een afschrijving van zo'n 70 miljoen Euro. Daarmee waren wij een van de meest invloedrijke Nederlandse actiegroepen ooit.
De commissie Korthals-Altes heeft vervolgens een gedegen programma van eisen voor het stemproces opgesteld. Zo'n programma van eisen bestond voor die tijd niet, maar het is wel duidelijk dat de schrijvers van de kieswet, die van toepassing was voordat de Nedap stemcomputers hun intrede deden, daar destijds heel goed over hadden nagedacht.
Die kieswet beschrijft het stemproces in detail, zonder aan te geven waarom bepaalde stappen nuttig zijn, maar wie daar even bij nadenkt beseft snel dat de meeste stappen te maken hebben met stemgeheim en controleerbaarheid van het verkiezingsproces.

Wat is er toch zo moeilijk aan verziezingen?

Er is een compromis nodig tussen de volgende acht wenselijkheden (overgenomen uit Eindrapport Commissie-Korthals Altes 'Stemmen met vertrouwen'):
TransparantieHet verkiezingsproces moet zo zijn ingericht, dat het helder van structuur en opzet is, zodat in beginsel iedereen inzicht in de structuur ervan kan hebben. Er zijn in het verkiezingsproces geen geheimen. Vragen moeten beantwoord kunnen worden; de antwoorden moeten controleerbaar en verifieerbaar zijn
Controleer­baar­heidHet verkiezingsproces moet objectief controleerbaar zijn. De controleinstrumenten kunnen, afhankelijk van de vorm van stemmen waartoe wordt besloten, verschillen.
IntegriteitHet verkiezingsproces moet correct verlopen en de uitkomst mag niet beïnvloedbaar zijn anders dan door het uitbrengen van rechtmatige stemmen.
Kies­gerechtig­heidAlleen kiesgerechtigde personen mogen aan de verkiezing deelnemen.
StemvrijheidIedere kiesgerechtigde moet bij het uitbrengen van zijn of haar stem zijn of haar keuze in alle vrijheid, vrij van beïnvloeding, kunnen bepalen.
StemgeheimHet moet onmogelijk zijn om een verband te leggen tussen de identiteit van de persoon die de stem uitbrengt en de inhoud van de uitgebrachte stem. Het proces moet zodanig zijn ingericht, dat het onmogelijk is de kiezer te laten aantonen hoe hij of zij gestemd heeft.
UniciteitIedere kiesgerechtigde mag, gegeven het Nederlandse kiesstelsel, één stem per verkiezing uitbrengen, die bij de stemopneming precies één keer meegeteld mag en moet worden.
Toegankelijk­heidKiesgerechtigden moeten zoveel mogelijk in de gelegenheid gesteld worden om direct deel te nemen aan het verkiezingsproces. Indien dat onmogelijk is, moet de mogelijkheid openstaan om indirect – door het verlenen van een volmacht – aan de verkiezing deel te nemen.

Met name de tweede zin van het punt Stemgeheim is bijzonder. Kiezers mogen niet kunnen bewijzen hoe zij hebben gestemd. De reden voor deze eis is dat we het onwenselijk vinden dat kiezers hun stem kunnen verkopen voor geld of gunsten. Het gevolg van deze eis is dat het uitbrengen van een stem in een beschermde omgeving moet gebeuren; in een stemlokaal dus. Daarbij is de regel dat kiezers zich bij het invullen van hun biljet niet mogen laten helpen. Uitzonderingen op die regel worden gemaakt voor kiezers die door een lichamelijke handicap niet in staat zijn zelfstandig hun biljet in te vullen en voor kiezers die - wegens verblijf in het buitenland - niet in staat zijn persoonlijk naar een stemlokaal te komen.

Het moet in deze tijd toch mogelijk zijn met een app op mijn smart-phone te stemmen?

Dat kan niet in verband met het stemgeheim. Stemmen met je smart phone kan in een onveilige omgeving gebeuren en dat betekent dat het stemgeheim niet gegarandeerd is. Je zou je stem kunnen verkopen en dat vinden we onwenselijk; dus moet het systeem dat zo moeilijk mogelijk maken.

Stemmen moet op papier

De enige techniek die het op grote schaal stelen of vervalsen van stemmen (ook voor insiders) zeer moeilijk maakt is de stem door de kiezer op papier te laten vastleggen. Er is nog altijd geen andere techniek bekend die minstens zo fraudebestendig, controleerbaar, transparant en betaalbaar is. Het vervangen, veranderen, laten verdwijnen of toevoegen van grote hoeveelheden stembiljetten is ontzettend moeilijk. Niemand kan (zonder een eigen papierfabriek) honderdduizenden stembiljetten echt laten verdwijnen. Zonder eigen drukpers kun je ze ook niet in zulke aantallen laten ontstaan. Voor het transport van zulke hoeveelheiden heb je vrachtauto's nodig. Papierfabrieken en drukkerijen zijn zelden eenmanszaken; dus moet al je personeel wegsturen en zelf de machines bedienen. Dat valt op. Het grote voordeel van papier is juist dat het omvangrijk is, de stemmen zijn door mensen leesbaar zonder technische hulpmiddelen en de stemmen zijn moeilijk te veranderen. (Het gebruikte potlood is rood omdat dit de moeilijkst uitgumbare kleur is.)

Op grote schaal fraude plegen met papieren stembiljetten vergt een grote groep medeplichtigen. Zo'n operatie geheim houden is eigenlijk niet te doen.

Kan het dan echt niet wat makkelijk dan met die grote biljetten?

Dat kan zeker wel. Er wordt gewerkt aan experimenten met getrapt stemmen. Getrapt stemmen betekent dat het stembiljet twee rijen hokjes krijgt. Door een hokje in de eerste rij in te kleuren geeft de kiezer aan op welke partij de stem is. Met het hokje in de tweede rij geeft de kiezer aan op welke kandidaat van die partij de stem is.
Als geen hokje in de tweede rij is ingekleurd geldt de stem als op de lijsttrekker van de partij. Ook als in de tweede rij een hokje is ingekleurd dat niet correspondeert met een kandidaat (de kandidatenlijst is korter), dan geldt de stem als op de lijsttrekker van de partij. Een overzicht van de partijnummers en alle kandidaten van al die partijen hangt in elk stemhokje.

Het voordeel van dit systeem is dat de stembiljetten veel kleiner kunnen worden. Dat maakt lezen en tellen met een optische scanner mogelijk. Ook zijn hulpmiddelen te bedenken waarmee blinden zelfstandig hun biljet kunnen invullen. Nadeel is dat het uitbrengen van een stem iets ingewikkelder wordt. Sommige mensen krijgen het met de huidige biljetten al voor elkaar om hun stem ongeldig te maken terwijl ze dit waar­schijn­lijk niet van plan waren. Experimenten zijn nodig om een optimaal biljet met handleiding voor getrapt stemmen te ontwikkelen.

Kan de controleerbaarheid van het telproces niet beter?

Er wordt gewerkt aan verplichte publicatie van de uitslag van elk stemlokaal op Internet. Dat maakt het voor iedereen mogelijk het proces van totaliseren binnen de gemeente te controleren. Daarnaast vind ik dat de uitslag in een stemlokaal direct na vaststelling achter een vanaf de straat toegankelijke ruit van dat lokaal moet worden gepubliceerd op een formulier waarop ook de handtekeningen van alle betrokken stemmentellers staan. Zo kan iedereen controleren dat die uitslag van dat stemlokaal overeenkomt met de latere publicatie op Internet.

Kan de controleerbaarheid van het telproces ook slechter?

Ongelofelijk genoeg moet ik deze vraag ook met ja beantwoorden. Er zijn gemeenten die het tellen in elk afzonderlijk stemlokaal willen vervangen door tellen op een centrale lokatie. Dat betekent dat de stembussen (in elk geval de ongetelde biljetten) naar een centrale plaats vervoerd moeten worden. Dat biedt akelig veel mogelijkheden voor fraude. Wat mij betreft moet het tellen direct na sluiting van de stemming in het stemlokaal gebeuren en kiezers moeten uitdrukkelijk welkom zijn om dat proces met eigen ogen gade te slaan.

Korting-gekte met zorgverzekeringen

Volgens een bericht in het Algemeen Dagblad van 28 juni 2018 "Nep-korting bij collectieve zorgpolis op de helling" verstrekken sommige zorgverzekeraars collectieviteits-kortingen die gebaseerd zijn op - veel te hoge - flauwekulprijzen. Minister Bruno Bruins voor Medische Zorg (VVD) is van plan dat te bestrijden door het kortingspercentage te beperken tot 5%. Dat is wel een erg minimalistische ingreep.

Ik vermoed dat dit juridisch is aan te pakken met dezelfde wetten die gewone en web-winkels verbieden kortingen te geven ten opzichte van prijzen die nooit in die winkels zijn gevraagd. De minister vindt ook dat meer dan 50 000 varianten van basis­ver­zekering­polis de zaak onoverzichtelijk maken voor de burgers die zorgverzekeringen willen vergelijken. Ik zou zeggen: doe daar ook wat aan, beter laat dan nooit.

De gepaste straf voor zulke verzekeraars is natuurlijk dat ze alsnog - dus met terugwerkende kracht - het beloofde kortingspercentage moeten berekenen ten opzichte van de prijs die ze daadwerkelijk in rekening brengen of brachten aan verzekerden die (nagenoeg) dezelfde dekking hadden, maar niet onder het criterium voor de korting vielen.

Het kan simpeler

De minister zou natuurlijk ook gewoon kunnen eisen dat alle zorgverzekeraars exact dezelfde basisverzekering gaan aanbieden. Dus geen gezeik dat je bij sommige verzekeringen - voor niet-spoedeisende zaken - alleen bij gecontracteerde instanties terecht kunt. Dat is toch vooral een verschuiving van kosten en geen besparing. Ook variaties met meer of minder eigen risico of vergoeding van enkele zaken die buiten de verplichte basisverzekering vallen zijn voor basisverzekeringen dan niet meer toegestaan, evenmin als collectiviteitskortingen. Zo maken we het systeem ook solidair.

De zorgverzekeraars kunnen zich dan alleen nog onderscheiden in de aanvullende verzekeringen die ze aanbieden. Ik weet zeker dat ze daar ook vele duizenden varianten in kunnen verzinnen. Wat er aanvullend verzekerd wordt, is niet essentiële zorg (althans, dat is de achterliggende gedachte). Het is redelijk dat de staat zich daar niet te veel mee bemoeit.

Maar het kan nóg veel simpeler

De basisverzekering wordt vervangen door een nationale gezondheidszorg die door de staat wordt geregeld; net als de NHS in Engeland. De staat gaat dan de vergoedingen vaststellen voor alle medische zaken die onder deze nationale gezondsheidszorg vallen.

Daar zal een belastingverhoging voor nodig zijn die ongeveer gelijk is aan wat we nu betalen voor de basisverzekering, verminderd met wat we nu indirect betalen voor de jaarlijkse wervingscampagnes voor de basisverzekeringen. Denk maar niet dat het advertentie-circus aan het eind van ieder jaar geen geld kost; dat betalen we uiteindelijk allemaal zelf. Vooral de advertentie-industrie wordt daar beter van; de rest van Nederland niet. Kapitalisme leidt niet altijd tot efficiëntie.

Maar zolang de VVD in de regering zit gaat een nationale gezondheidszorg er heus niet van komen.