dinsdag 3 september 2019

Progress bar - hoe moeilijk kan het zijn?

Een progress bar is een component in een gebruikers interface die de voortgang van een process toont. Een voorbeeldje (afkomstig van Wikipedia) staat hieronder
Het doel van een progress bar is tweeledig:
  1. Tonen dat het programma iets aan het doen is (zodat de gebruiker weet dat het niet is vastgelopen).
  2. Tonen hoever het operatie gevorderd is zodat de gebruiker kan schatten hoe lang het nog ongeveer gaat duren (en eventueel even iets anders kan gaan doen)

Hoe kun je daar nu mee de fout in gaan?

  • Meerdere achtereenvolgende operaties die telkens hun eigen (of dezelfde) progress bar (her-)gebruiken. (Tweede functie onbruikbaar.)
  • De progress bar blijft minuten lang op 0% of 1% staan en schiet dan in enkele seconden naar 100%. (Beide functies onbruikbaar.)
  • De progress bar schiet in enkele seconden naar 99% of 100% en blijft vervolgens minuten lang op die waarde staan. (Beide functies onbruikbaar.)
  • De progress bar maakt zeer af en toe een grote sprong. (Beide functies minder bruikbaar.)
  • De progress bar stapt soms terug naar een lagere waarde. (Tweede functie onbruikbaar.)

In sommige gevallen is het best lastig te bepalen hoe lang een operatie nog zal duren. Dan is het ook lastig om te schatten op welk percentage je bent. Maar veel pro­gram­meurs krijgen het ook bij redelijke voorspelbare processen voor elkaar om een progress bar zo slecht aan te sturen dat één of beide functies niet meer werken.

Microsoft window versies hebben de laatste (ca.) 10 jaar een progres bar die af en toe een animatie van een glansplekje laat zien. Dat helpt voorkomen dat de gebruiker kan denken dat de applicatie is vast­ge­lopen. Maar het biedt geen compensatie voor de tweede functie. Sterker nog, die ani­ma­tie maakt het lastiger voor de gebruiker om kleine veranderingen in de stand waar te nemen. Ook kan ik me voorstellen dat die animatie in een vastgelopen applicatie gewoon blijft werken.

Geachte vakgenoten

Het mooiste is natuurlijk als de gebruikers van je applicatie altijd direct het resultaat krijgen en nooit ergens op moeten wachten. Maar wanneer dat niet kan is een goed werkende progress bar informatief en neemt onzekerheid weg. Dat is nuttig.

Spendeer wat van je tijd om je progress bar goed te laten werken.

dinsdag 23 juli 2019

Waar is het noorden?

Nederland staat redelijk vol met wegwijzers, wijkkaarten, enz. Daarnaast hebben veel mensen hun eigen kaarten bij zich (op hun smartphone, of op papier). Zolang de zon schijnt, of de sterren zichtbaar zijn is het niet al te moeilijk te schatten welke richting noord is, maar als het zwaar bewolkt is werkt dat niet. Ook weet lang niet iedereen het noorden te bepalen met alleen stand van de zon en de tijd van de dag, of met behulp van de sterren. Sommige smart phones hebben een magnetisch kompas, maar niet iedereen heeft zo'n smartphone en weet hoe die functie te gebruiken.

We kunnen het makkelijker maken

Tijdens mijn reis door Japan in 2004 zag ik in Osaka bij de uitgang van metro­stations een grote tegel (ca. 60 cm x 60 cm) met een pijl die naar het noorden wijst. Zie de foto hieronder. Dat heeft mij echt wel oriëntatietijd bespaard.
Een goed idee verdient navolging en dit zouden we hier in Nederland best kunnen nadoen. (Beter goed gestolen dan slecht zelf bedacht.)

Natuurlijk hoeven we ons niet te beperken tot de uitgangen van metrostations. Geschikte plaatsen voor zulke tegels zijn:
  • Uitgangen van (metro-)stations
  • Uitgangen van winkelcentra
  • Uitgangen van ziekenhuizen
  • Voetgangers uitgangen van parkeergarages
  • Uitgangen van andere veelbezochte gebouwen met meerdere uitgangen of veel incidentele bezoekers
  • Bij wijkkaarten en fiets- of wandelroutepuntkaarten
  • Bij VVV kantoren en andere plaatsen waar toeristen zich oriënteren

Uitvoering

Het is aan te bevelen in het hele land dezelfde tegels te gebruiken. Dan hoef je die maar één keer te ontwerpen en dan krijg je iets dat iedereen na korte tijd herkent. Met negen variaties (in de hoek van de pijl t.o.v. de rand van de tegel) kun je het noorden altijd aangeven met een onnauwkeurigheid van hoogstens 5 graden. Landmeters halen voor zo'n onnauwkeurigheid natuurlijk hun neus op, maar het magnetisch kompas in een gemiddelde smart phone haalt die nauwkeurigheid ook niet.

Ik vermoed dat in de Japanse versie op de foto een schijf met de pijl in een cirkelvormige uitsparing in de tegel is gelijmd of gemetseld. Iets meer werk, maar zo heb je maar één versie nodig om het noorden nauwkeurig aan te geven.

donderdag 11 juli 2019

Proefballon Grapperhaus

Op 11 juli 2019 verscheen het hiernaast ge­re­pro­du­ceer­de bericht op NOS Tele­tekst. Vooral de laatste alinea verbaasde mij zeer. Het achterliggende interview Minder festivals in strijd tegen drugs verscheen in de Telegraaf.

De minister lijkt te denken dat hij het drugs­gebruik kan verminderen door het aantal festivals (waar kennelijk erg veel drugs gebruikt worden) te ver­min­deren.

Het staat er echt!

De minister wil de effectiviteit van de opsporing verbeteren en de ca. 1200 festivals per jaar vormen een te grote vijver voor zijn opsporingscapaciteit om die effectief leeg te kunnen vissen.

De minister laat een uitgelezen kans om drugsgebruik serieus te bestrijden liggen. In plaats daarvan probeert hij de maat­schap­pij te versaaien wat (zeer waar­schijn­lijk) niet tot een vermindering van drugs gebruik gaat leiden.

Minister Grapperhaus: Als er veel illegale drugs gebruikt worden op festivals, dan concentreer je de opsporing natuurlijk op die festivals. En als je daarvoor onvoldoende capaciteit hebt, dan vergroot je die capaciteit! En als dat niet kan, geef dan gewoon toe dat je de strijd tegen drugs aan het verliezen bent.

donderdag 7 maart 2019

Belasting op CO2 uitstoot

Ondernemingsraden van Tata steel, Shell en andere grote, Nederlandse bedrijven, die veel CO2 uitstoten, vinden dat de initiatiefwet van GroenLinks voor een CO2-heffing hun bedrijven onredelijk zou treffen. Hun klanten zouden naar buitenlandse leveranciers kunnen uitwijken waar geen, of een lagere CO2-heffing geldt en waar vaak veel milieu­onvriendelijker wordt geproduceerd.

De markt moet wel eerlijk blijven

Die ondernemingsraden hebben een punt. Het zou een slechte zaak zijn om CO2-uitstoot hier te vervangen door een (grotere) CO2-uitstoot elders. Maar de "oplossing" die deze ondermeningsraden voorstellen komt neer op uitstel van pijnlijke maatregelen en dat kan rampzalig worden.

Je kunt wel degelijk een eerlijke markt hebben met een CO2-heffing. Maar dan moet je het oneerlijke voordeel van buitenlandse producten waar geen CO2-heffing op zit compenseren door op de import van die producten ook een CO2-heffing in te voeren. Op producten uit een land waar een lagere CO2-heffing van toepassing is dan hier, zou een heffing ter grootte van het verschil moeten komen. En, om het helemaal eerlijk te maken, zou je bij export naar een land met minder (of geen) CO2-heffing betaalde CO2-heffing (gedeeltelijk) terug moeten kunnen krijgen.

Dat klinkt simpel, maar een eerlijke berekening van de CO2-uitstoot van, e.g., een ton geïmporteerd staal is niet echt simpel. Een eerlijke verdeling van de lusten en de lasten is nu eenmaal niet altijd simpel. Een vrijstelling van CO2-heffing voor de grootste vervuilers betekent dat we de energie-transitie voor de zware industrie op de lange baan schuiven en dat zou een ramp kunnen worden.

Ik vind dat een CO2-heffing voor iedereen moet gelden; bedrijven en particulieren. Op die manier komt er impliciet een premie op innovaties en investeringen die de CO2-uitstoot verminderen. Door ruim tevoren aan te geven hoe de heffing in toekomst gaat toenemen kunnen bedrijven en particulieren tijdig plannen maken die hun kosten op de lange termijn minimaliseren. Het principe de vervuiler betaalt kan heel effectief zijn.

En dat geldt niet alleen voor CO2-uitstoot.

Nederland is geen eiland

Nederland kan dit niet alleen invoeren. Binnen de EU geldt een vrij verkeer van goederen en diensten. Het zal dus wel EU-breed moeten.

dinsdag 5 maart 2019

Recht op kunstmatige inseminatie?

De NOS verspreidde 1 maart 2019 een artikel Zorgen over toekomst vruchtbaarheids­behandeling lesbische en alleenstaande vrouwen. Kort samengevat staat er dat gynae­cologen al geruime tijd de grenzen van de basisverzekering aan het opzoeken zijn voor kunst­matige inseminatie van kerngezonde lesbische vrouwen met zaad van een anonieme donor. Inclusief de regeling waarbij het kind (wanneer het 16 jaar oud is) de identiteit van de donor kan achterhalen en de wettelijke bescherming van de donor tegen aansprakelijkheid voor de kosten van opvoeding en verzorging van het kind. Het gaat om zo'n 6000 behandelingen per jaar en die kosten € 841 voor de behandeling plus zo'n € 600 voor het donorzaad.

Dat kost dus € 8 646 000 per jaar; uit de verplichte ziektekostenverzekering pot.

Minister Bruno Bruins heeft daar nu een stokje voor gestoken met het argument dat het ontbreken van een mannelijke partner geen medische indicatie is.

De minister heeft groot gelijk

Sommige gynaecologen en ook een deel van de betrokken vrouwen en het COC interpreteren de beslissing van de minister als een beleidswijziging en maken daar bezwaar tegen.

In mijn opinie is deze behandeling:
  • Niet medisch noodzakelijk.
  • Niet zo duur dat die vrouwen dat niet zelf kunnen betalen (vergelijk het het met de kosten om een kind 18 jaar te verzorgen en op te voeden).

Als dit onder de standaard vergoedingen zou vallen kunnen homo en alleenstaande mannen ook wel claimen dat ze recht hebben op vergoeding van een draagmoeder. Dat zou pas echt duur worden.

Het zou wel redelijk zijn om een wettelijke regeling te maken waarbij particuliere zaaddonoren (die niet via een gynaecoloog werken) wel de wettelijke bescherming tegen alimentatie­verplichtingen kunnen krijgen en onthulling van hun identiteit wanneer het kind 16 jaar oud is.

Het argument dat de route via een gynaecoloog beter is omdat het ook screening tegen seksueel overdraagbare aandoeningen geeft snijdt geen hout. Een serieuze particuliere zaaddonor kun je heus wel vragen om een SOA test te doen en de uitslag daarvan even te laten zien.

Aanvullingen

2018-03-14: Minister Bruins heeft voorlopig bakzeil gehaald. Tot het einde van 2018 worden dit soort behandelingen vergoed uit de basisverzekering.

maandag 11 februari 2019

Grenzen aan reality TV

Op 7 februari 2019 werd bekend dat op een middelbare school in Veenendaal vijf nep­leerlingen zijn ingezet voor het maken van een reality TV programma van RTL. De schoolleiding was op de hoogte, maar de leraren en normale leerlingen wisten van niets. Hoewel er hier geen sprake was van verborgen camera's of een inbreuk op het medisch geheim (zoals in mijn artikel over Medisch geheim) is ook hier sprake van een enorme schending van vertrouwen. Het zal lang duren voordat alle betrokkenen op deze school elkaar weer normaal zullen kunnen aankijken. Ik kan niet begrijpen hoe deze school­leiding heeft kunnen denken dat hier geen enorme problemen van zouden komen.

Hoe bedenk je zoiets?

Het soort mensen dat dit soort dingen kan bedenken werkt (kennelijk) bij RTL. Het inzetten van nepleerlingen, die zich gaan binnendringen in de vrienden­kring van echte leerlingen en leraren (en die vervolgens bedrog blijken) is vreselijk ingrijpend in het leven van die echte leerlingen en leraren. In dit geval vielen de nep­leerlingen al na een week of twee door de mand doordat de on-line profielen van de nep­leerlingen niet goed genoeg waren.

Wat was de bedoeling?

De programmamakers wilden een programma maken over de dagelijkse gang van zaken op een school en daar ook nog een beetje in bijsturen middels nepleerlingen. Dat was in Nederland nog niet gedaan. (Hoe zou dat toch komen?) De schoolleiding had er geen bedenkingen bij. Kennelijk vonden ze het acceptabel om het leven van de eigen leerlingen en leraren te verkopen aan deze RTL programma­makers.

Schandalig!

Van die programmamakers konden we dit wel verwachten, maar een schoolleiding die zich met zoiets inlaat staat duidelijk veel te ver van de maat­schap­pij af en dient zo snel mogelijk vervangen te worden.

dinsdag 27 november 2018

Bedrijfje spelen in de gezondsheidszorg

Afgelopen maanden zijn in Nederland enkele ziekenhuizen failliet gegaan en er zouden er nog meer kunnen volgen. Dat is een logisch gevolg van het bedrijfsmatig besturen van ziekenhuizen. Politici die ineens roepen dat dit niet moet kunnen hebben boter op hun hoofd. Bedrijven kunnen failliet gaan; overheidsinstanties niet. Als je als overheid vindt dat er een minimum niveau aan gezondheidszorg moet zijn kun je dat niet helemaal aan het bedrijfsleven overlaten.

Kan gezondheidszorg op commerciële basis?

Ja, maar alleen als er geen partijen zijn (of kunnen onstaan) die een zo groot geografisch gebied betreffen dat ze onmisbaar worden. Het enige ziekenhuis met een afdeling spoedeisende hulp in een reistijd van 45 minuten is noodzakelijk en daarvan kunnen we ons niet permitteren dat het ineens verdwijnt. Daarentegen is een tand­arts­prak­tijk in een stad waar nog 20 tand­arts­prak­tijken actief zijn niet onmisbaar.

Overigens zijn er plaatsen in Nederland waar het dichtstbijliggende ziekenhuis verder weg ligt dan 45 minuten. E.g. vier van onze waddeneilanden; daar worden vaak helicopters ingezet voor patiënten die met spoed naar een ziekenhuis moeten.

Waarom gezondheidszorg op commerciële basis?

Het achterliggende idee is dat bedrijven met elkaar concurreren om de klanten. Dit zou leiden tot efficiëntere bedrijfsvoering; dus betere kwaliteit tegen scherpere prijzen.
Maar concurrentie werkt alleen als de klanten echt kunnen kiezen. Kiezen vergt dat die klanten (patiënten):
  • Meerdere ziekenhuizen binnen redelijke reistijd hebben.
  • De kwaliteit van die ziekenhuizen kunnen vergelijken.
  • De prijzen van die ziekenhuizen kunnen vergelijken.
Dat zijn best wel zware eisen; mede doordat de prijzen van Nederlandse ziekenhuizen extreem ondoorzichtig zijn. Ik denk niet dat er veel mensen in Nederland zijn die een ziekenhuis kiezen op grond van een prijs / kwaliteit vergelijking. Bovendien beperken veel zorgverzekeraars de ziekenhuizen waarvan ze de kosten zullen vergoeden; waardoor er nog minder te kiezen overblijft. In de praktijk is er geen sprake van keuze door de patiënten, maar van keuze door de zorgverzekeraars. En de patiënten kunnen niet per behandeling een andere verzekeraar kiezen...

Hoe dan wel?

Misschien is het efficiënter als de ziekenhuizen direct door de zorgverzekeraars gerund worden. Over die zorgverzekeraars het ik al eens geschreven dat de basis­ver­ze­ke­ring overgeheveld zou moeten worden naar staat. Zo zou ziekenhuiszorg die onder de verplichte verzekering valt (indirect) door de staat worden verzorgd.

Zulke drastische stappen gaat een VVD kabinet niet ondernemen. Hoeveel ziekenhuizen moeten er nog failliet gaan door deze ondernemingsdrift?