dinsdag 4 juli 2017

EPD/LSP - voldongen feiten strategie

Het Landelijk SchakelPunt (LSP) is een systeem waarmee artsen in Nederland het Eelektronisch Patienten Dossier (EPD) van patiënten kunnen opvragen. De dossiers blijven in de administratie van de arts die de informatie heeft ingevoerd. Het LSP is ingevoerd met als argument dat sommige medische informatie in bijzondere gevallen snel toegankelijk moet zijn voor alle artsen die met een patiënt te maken kunnen krijgen.

De informatie die beschikbaar is via het LSP betreft meestal de professionele samenvatting van het dossier van de huisarts, plus alle informatie van ketenzorg artsen. Dat maakt de informatie een goudmijn voor verzekeraars met minder scrupules. Slechts een zeer klein deel van die informatie zal in levensbedreigende situaties snel beschikbaar moeten zijn. Er is nogal gesteggeld over deze deling van medische informatie die op gespannen voet staat met het medisch geheim:
Via het LSP is erg veel opvraagbaar. Gelukkig wordt elke opvraging gelogd. Maar, als de patiënt er al ooit achter komt is het kwaad (inbreuk op het medisch geheim) al geschied. Daarnaast gebeurt het nogal eens dat er dossiers beschikbaar worden gemaakt via het LSP zonder dat de betrokken patiënt daar toestemming voor heeft gegeven (dat is mij overkomen).

Kan het niet een beetje minder?

Is het niet mogelijk alleen opvraging van informatie toe te staan die bij een plotseling noodzakelijk medische handeling nodig kan zijn? Is het mogelijk medische informatie te scheiden in gegevens waarvan snelle beschikbaarheid levens kan redden en de rest? Waarbij die rest niet zonder een handeling van de arts die het (deel-)dossier beheert is op te vragen?

Natuurlijk kan dat. Maar dan moeten de betrokken medici wel, in hun dossiers, de informatie die snel beschikbaar moet zijn voor collega artsen een speciale markering geven.

Snel beschikbaar moet zijnRedenen, inperkingen
Bloedgroep en Rhesus factorAanvulling bloed bij zwaar bloedverlies
Bekende allergieenPreventie van toediening medicatie die voor deze patiënt gevaarlijk is; geldt alleen voor medicatie waarvan de toediening urgent kan zijn
Verslavingen waarvoor op dit moment (onderdrukkende) medicatie wordt gebruiktNiet tijdig toedienen lijdt tot ernstige afkickverschijnselen
Huidig medicijngebruikVoorzover deze medicijnen niet met andere, in urgente gevallen gebruikte, medicijnen gecombineerd mogen worden en medicijngebruik waarvan plotseling stoppen tot schade kan leiden
Niet reanimerenverklaringTer voorkoming van reanimatie van personen die daar niet van gediend zijn
Bijzonder gevaar voor hulpverlenersPsychiatrische patiënten die plotseling aggresief kunnen worden

Dit beperkt de direct via het LSP beschikbare informatie ruwweg tot informatie waarbij vertraging van een dag gevaar oplevert. Informatie waarvan een opvraging nooit urgent kan zijn hoort er dan per definitie niet in thuis.

Dit beperkte LSP is minder bruikbaar voor waarnemende artsen dan het huidige. Voor waarnemende artsen is het nuttig het huidige medicijngebruik en recente diagnoses in te zien. Waarneming is i.h.a. beperkt tot een waarnemende arts of huisartenpost in de eigen regio. Specifiek voor de waarnemende artsen kan, elke keer dat de praktijk van een huisarts sluit, toestemming worden verleend en natuurlijk alleen voor patënten die expliciet toestemming hebben gegeven voor deling van hun hele dossier met waarnemende artsen.

Als een patient buiten de regio acute medische hulp nodig heeft kan de plaatselijke medicus de urgent noodzakelijke informatie ophalen bij de huisarts van de patënt. Voor de overige informatie zal de plaatselijke medicus contact moeten opnemen met die huisarts, of een waarnemende arts van de patiënt. De behandelende arts zal daarbij moeten aantonen dat hij toestemming heeft van de patiënt, of, indien de patient bewusteloos is, dat de informatie nodig is en de patiënt niet in staat is toestemming te geven. Dit is ietwat inefficient, maar dat is de prijs van privacy.

Aanvullingen aan een dossier door waarnemende artsen zijn eigenlijk nooit urgent. Deze zouden altijd gescreend moeten worden door eigen arts om de kwaliteit van het dossier te borgen.

Zelf controleren welke artsen uw EPD hebben geraadpleegd, of informatie beschikbaar stellen?

Dat kan op de site van VZVZ: https://www.vzvz.nl/page/Zorgconsument/Inzage/Inzage-overzicht (DigiD nodig).

dinsdag 31 januari 2017

Religieuze symbolen vs integratie

Journaliste Ebru Umar, schrijfster van kritische columns en tweets over Turkije, de Islam en de Turkse president Erdogan zat twee weken vast in Turkije als gevolg van de lange tenen en armen van deze Turkse president.

De meningen hierover zijn in Nederland sterk verdeeld. In Metro van dinsdag 26 april (op pagina 3) stonden FaceBook reacties die de standpunten van beide groepen duidelijk weergeven. De mensen met Nederlands klinkende namen (linker kolom) wensen Ebru Umar het beste toe, de mensen met niet Nederlands (Turks?) klinkende namen (rechter kolom) spreken schande van Ebru Umar en wensen haar vreselijke dingen toe. Er zaten nog net geen oproepen tot geweld tegen Ebru Umar bij, maar misschien heeft de redactie van Metro zulke reacties uitgesloten.

Voor deze lieden is ons grondrecht op vrije meningsuiting kennelijk ondergeschikt aan de lange tenen van Erdogan. Je mag in Nederland zeker zeggen dat je het met iemand niet eens bent. Sterker nog; ik zal dat recht altijd verdedigen. Maar wie zegt dat anderen dat recht niet mogen gebruiken gaat te ver. Wie de Nederlandse grondwet zo duidelijk niet respecteert hoort hier niet thuis en zou moeten overwegen te emigreren naar een land waar journalisten regelmatig voor hun leven moeten vrezen.

Uit het feit dat de meningen zo duidelijk verdeeld zijn blijkt wel dat de integratie van de derde generatie Turken in de Nederlandse samenleving niet erg lukt.

Hoe is het mogelijk dat integratie zo faalt?

Een van de mogelijke oorzaken kan zijn dat we het in Nederland maar accepteren dat groepen zich isoleren van de rest van de samenleving door kleding, religieuze symbolen en gedrag. Het dragen van religieus geïnspireerde kleding en symbolen heeft een lange traditie en stamt van ver voor de komst van Turkse gastarbeiders naar Nederland. Ik denk hierbij aan Christelijke symbolen (kruisjes aan kettinkjes, de behoorlijk verhullende kledij van nonnen). Dat verschilt niet echt van het dragen van hoofddoekjes of chador als teken van de Islam. Minder geaccepteerd is het dragen van kleding die het gezicht volledig bedekt. Dat geldt voor Boerka, maar net zo goed voor een integraalhelm (op momenten dat dragen daarvan niet verplicht is) en de puntmutsen van de Ku Klux Klan.

Het gebruik van zulke symbolen en kleding maakt het makkelijker om gelijkgezinde personen te herkennen en contacten met anderen te vermijden. Dat laatste is niet goed voor een samenleving zoals de onze waar goede samenwerking tussen personen van verschillende stromingen belangrijk is. Het lijkt mij dat veel religieuze (en ook niet religieuze) symbolen worden gedragen om contacten met andere personen te ontmoedigen en in sommige gevallen andere personen te intimideren.

Het in het openbaar dragen van (religieuze) symbolen en verhullende kleding is soms een uiting van minachting ten aanzien van de rest van de bevolking.

Met het dragen van onderscheidende kleding en symbolen in eigen kerk, club of vereniging heb ik geen probleem. In die situatie werkt het niet als middel om contacten met gelijkgezinden te bevorderen ten koste van die met anders gezinden. Maar op scholen, of door personeel in winkels, ziekenhuizen, enz. is het niet zo onschuldig. We zijn in Nederland heel terughoudend met het verbieden van zulke zaken, maar misschien moeten we daar veel minder terughoudend mee zijn.

Volgens het Europees hof van Justitie mogen werkgevers het zichtbaar dragen van politieke en religieuze symbolen verbieden. Deze vorm van discriminatie kan gerechtvaardigd zijn door het streven van de werkgever om een bedrijfsbeleid van religieuze en levensbeschouwelijke neutraliteit te handhaven. Kennelijk moet je daar als werkgever wel eerst een beleid voor formuleren.

Aanvulling 14 maart 2017

Het advies aan het Europees hof van Justitie is inmiddels een uitspraak geworden: EU-hof: werkgevers mogen hoofddoek verbieden (in de Telegraaf).
De uitspraak staat hier: An internal rule of an undertaking which prohibits the visible wearing of any political, philosophical or religious sign does not constitute direct discrimination.